Een beschouwing over twee Madese paradepaardjes: Jasper Willemsen en Kay Jansen
Dat we het als ouderen bij sv ’t Paardje tegenwoordig zwaar te stellen hebben met de jeugdigen is een onomstotelijk feit en een trieste gewaarwording. Ouderdom komt nu eenmaal met gebreken. Hoewel de veteraan Hans Kriens de eer van de senior spelers nog hooghoudt met zijn eerste plaats in de interne competitie moet toch vastgesteld worden dat sv ’t Paardje met Kay Jansen en Jasper Willemsen, twee jeugdigen heeft die dit seizoen zowel in de interne als in de externe competitie hoge ogen scoren. Het zijn twee spelers met de ambitie om kampioen van de Madese trots te worden en ze zijn beiden hard op weg om deze schaakdroom binnen 1 a 2 jaar waar te maken. Beiden hebben zich heel sterk ontwikkeld de laatste 3 jaar en ik heb de eer om met ze samen te spelen in het avondteam Paardje B dat bij zijn debuut direct promoveerde en dit jaar als 2e eindigde in de avondcompetitie dus ik ken ze beiden goed.
Het zijn twee spelers die allebei erg sterk zijn maar compleet verschillen qua speelstijl:
Jasper is de solide speler die met zijn enorme kennis van de Engelse opening het spel zeer goed opzet, goed let op pionnenstructuren en heel vaak een pionnetje voor komt en dit voordeel dan weet te verzilveren. Met zwart speelt Jasper soms Hollands en daar ligt nog een beetje de zwakte maar ook dit gaat steeds beter. Een echte strateeg met sterk ontwikkeld positioneel gevoel die inmiddels de trotse eigenaar is van bord 1 in het zaterdag team en het avond team. Ook met het snelle spel is Jasper goed bekend want hij is ook de lijstaanvoerder van de Paardje Rapidcompetitie. Jasper speelt op kleine voordelen en ondersteund door een enorm positioneel gevoel drukt hij zijn tegenstanders als eenmaal de buit binnen is, zonder pardon van het bord. Kortom een positionele wurgslang.
Kay aan de andere kant is meer de kille rekenaar die steevast op zoek is naar de meest scherpe stelling gebaseerd op een enorme en gevarieerde openingskennis en vervolgens in complexe stellingen zijn tegenstander eruit rekent. Kay speelt ook sterk in de externe competitie en was zelfs even lijstaanvoerder van het toernooi in Zundert; de Raadsheer open. Kay speelt dus scherp, neemt goed zijn tijd en maakt weinig fouten. Alleen als het te complex wordt dan kan Kay zich als jong veulen heel soms nog vergalopperen maar dit overkomt hem steeds minder. Kay is de speler die zich thuis voelt in chaotische openingen, is niet bang om al zijn pionnen naar voren te sturen als zijn rekenwerk zegt dat het gevaar voor zijn tegenstander groter is dan het gevaar voor de eigen koningsstelling en daarnaast schuwt hij het offeren van materiaal niet als hij vermoed dat er dan iets in de stelling zit. Kortom een aanvaller pur sang.
Wat moeten we nu denken van deze beide schakers? Het is zeer waarschijnlijk dat na een periode van zo’n 16 jaar waarin de beide Rene’s, Peter en Pierre steevast kampioen werden, een van deze jeugdigen de schaakscepter zal overnemen binnen 1 a 2 jaar. Het is natuurlijk een gegeven dat je als schaker beter bent op een leeftijd van begin 20 of 30 dan wanneer je ver boven de 50 bent dus een heel wonderbaarlijke voorspelling is dit niet. Als je mij vraagt wie van deze twee jonge kerels het meeste kans maakt dan is dat moeilijk te voorspellen want Kay doet het met zijn aanvallende spel beter tegen de senioren maar Jasper wint nog iets vaker van Kay en verliest ook zelden. Qua ratings ontlopen ze elkaar weinig. Ik waag me daarom niet aan een keuze maar weet bijna zeker dat een van deze jonge mannen binnen 2 jaar kampioen zal worden.
Tot die tijd rest ons slechts de bewondering die we voor deze ontwikkeling moeten hebben gepaard met het gevoel dat wij als senioren over onze piek heen zijn.
En zo moet het ook zijn: alles is tijdelijk en alles vergaat met de jaren en dat geldt ook voor de schaakglorie die eens ons deel was. We mogen blij zijn bij sv ’t Paardje dat de schaaktoekomst qua sterke spelers door de vele jeugdigen (want naast Kay en Jasper zijn er nog veel meer) is veiliggesteld.
Marc Govers